Pratend bushokje

Soms denk ik dat het leven niet gekker moet worden. Zo stond ik dit weekend in een pratend bushokje. Ik was overgehaald door Lieke om te gaan shoppen in Eindhoven. Op een of andere manier is zij helemaal gek op deze stad. Een vriendin van haar had gezegd dat we even naar het bushokje bij het stadhuis moesten gaan om daar een poster te scannen. Het zei me allemaal vrij weinig, maar ik ben mee gegaan in de hoop de kinderen het Van Abbe binnen te krijgen. We hebben het museum niet gehaald. Lieke heeft het daarentegen wel gehaald om mij met open mond naar een pratende Gerrit Rietveld te doen staren. Heb ik net het hele Facebook gebeuren onder controle, gaat er weer een nieuwe wereld voor me open. Naar het schijnt kun je ook al briefjes van 20 euro scannen, maar daar waag ik me nog maar even niet aan.

In het bushokje hing een poster en wanneer je deze met een of andere App scande, dan begon DJ Lady Aida (ik ken haar niet) ergens onder in een hoekje tegen meneer Rietveld te praten. Het gesprek boeide me. Een gesprek over kunst, over magisch realisme. Over twee werelden die elkaar ontmoeten. Ik moest opeens aan Mila denken.
Dat pratende bushokje (een soort Harry Potter wereld) maakte gebruik van Augmented Reality. En deze techniek zorgt ervoor dat mensen zich verbazen over wat ze zien gebeuren in de wereld om hun heen. Zo mooi, zo verrassend, dat je zou willen dat het de werkelijkheid betrof. Ik zou willen dat ik Mila tegenkwam in een bushokje en dat ze met mij een gesprek begon.

Overigens, ik kan ook toveren: want als je het plaatje hieronder scant met de AdOn app, dan beleef je wat ik ook beleefde in dat bushokje in Eindhoven.

pratend bushokje

Advertisements

Man van de wereld

Mila had vroeger een bijzonder uitwerking op me. Wanneer zij in de buurt was voelde ik me stoerder, grappiger en slimmer Ik weet nog dat ik haar dit eens vertelde. Ze had me toen met haar grote glinsterende ogen aangekeken en in mijn oor gefluisterd: ‘je bent immers een man van de wereld?’

Dat was, denk ik, ook het moment dat ik volledig door mijn knieën ging voor Mila. Het waren niet eens haar inhoudelijke woorden maar de manier waarop ze de woorden uitsprak die bij mij iets losmaakte. Ik kon me dan wel een man van de wereld voelen, ik was nog steeds geen casanova. En ook Mila nam de “lead” niet in onze bijna kinderlijke flirtrijen. Ik bleef uitkijken naar de dagen waarop ik Mila zou tegen komen in de kroeg en meestal spraken we half en half ook wel af om elkaar te treffen.

Waar is dit dan mis gegaan? Waarom heb ik niet doorgezet? Ik ben iemand die in “het moment” geloofd. In toeval.

Op een zondag zat ik in de trein van Amsterdam terug naar huis. Ik had een museum bezocht. Tijdens deze terugreis las ik een boek: ‘The bridges of Madison county’. Ik ging op in het verhaal. Kon mezelf verplaatsen in de stoere fotograaf die daar het hart van een ogenschijnlijk simpele huisvrouw op hol bracht. Zou ik bij het lezen van het boek ook aan Mila gedacht hebben?

Ik schrok op uit mijn gedachten en de zinnen die ik las toen er iemand tegen mijn schoen aan schopte. Tegenover zat een meisje me brutaal aan te kijken. Ze bukte zich en haalde een boek uit haar tas waarmee ze me triomfantelijk naar me zwaaide. ‘Kun jij mij even de samenvatting geven, want je hebt het bijna uit, zie ik.’ Ze vertelde me dat dit boek op haar leeslijst stond en dat ze het dit weekend uit had moeten hebben, maar geen tijd had gehad. Ze hield nogal van feesten, voegde ze erachter aan. Dit kon geen toeval zijn.

Een week later had ik een vriendin. Katja. Ze was mooi. En sleurde mij haar leven in. Niet met diepe gesprekken, zoals ik deze met Mila had, maar met feestjes op plekken waar ik nog nooit geweest was. Door haar voelde ik me ook een man van de wereld, zij het op een andere manier. Ik heb me even rot gevoeld tegenover Mila, want ook al hadden we “nog niks samen” ik voelde me wel verbonden met haar. Het is een periode geweest die eigenlijk als een soort roes voorbij ging, ik kan me er niet eens zoveel van herinneren.

Nu, vandaag, dinsdag, raap ik de brokstukken op van die roes waar ik mezelf toen in bevond. Katja, de moeder van mijn kinderen, dol op avontuur en dingen uitproberen….

Het item kinderen kon ze van haar lijstje strepen, Been there, done that. Alleen niet all the way, zullen we maar zeggen. Zij heeft me van een Man van de Wereld omgetoverd tot een Papa van de wereld.

Hoeveel anders zou mijn leven geweest zijn, wanneer ik op het moment dat Mila en ik elkaar die ene zoen gaven, de dag erna gebroken zou hebben met Katja? Zou ik dan gezegd hebben: “Mila, jij bent diegene die me de wereld laat zien, omdat ik door jouw ogen mag kijken.”

Image

A Gentlemans Excuse Me

Heel wat jaren geleden zat het mij even niet mee. Ik voelde iets aankomen. Ik voelde me leeg, eenzaam en erg somber. Alles was zwaar en slurpte energie. De moeder van mijn kinderen was toen ongeveer twee jaar weg. Mijn kinderen vlogen elkaar voortdurend in de haren en de klas waar ik op dat moment voor stond was allesbehalve een makkie.

Ik ben naar een psycholoog gestapt. Ik wilde een burn-out voorkomen. We hebben lang met elkaar gesproken en ik heb veel kritische vragen gesteld. Hij zei tegen mij: ‘het leven gaat in dalen en pieken. Uit de dalen klim je vanzelf weer uit.’ Dat vond ik raar. Want als ik er zelf weer uit zou klimmen, waar had ik deze man dan voor nodig?

Ik kreeg van deze psycholoog een tip die mij zou helpen om een burn-out voor te zijn. Ik moest mijn verleden vergeten. In die zin dat ik heel praktisch alle herinneringen aan vroeger weg moest gooien, te beginnen met een koffer vol met brieven. Van penvrienden en van Mila. Ik heb er lang over gedaan, heb de brieven niet meer gelezen, maar wel veel nagedacht. Mijn zolder was een stuk leger na mijn opruimactie. Een week later zat ik uiteindelijk toch thuis.

Dan heeft het niet geholpen, zei de psycholoog.

Ik heb overigens 1 brief van Mila bewaard. Waarom weet ik niet.
Gisterenavond heb ik deze gelezen. Letter voor letter. Ze schreef over de dromen die ze had. Over prinsen op witte paarden. Dat ze geloofde in een liefde die zo groot en oneindig was en nooit over zou gaan, althans, zo’n liefde hoopte ze te vinden. Volgens mij heb ik haar toen teruggeschreven dat ze eens moest stoppen met het lezen van die kasteelromannetjes. Dat had ik nooit moeten schrijven. Het is mooi om te dromen, te hopen en te voelen.

Ik herinner me ook dat Mila en ik ooit samen naar een concert van Fish zijn geweest, ik wilde haar een speciaal liedje laten horen.

A Gentlemans Excuse Me

Do you still keep paper flowers
In the bottom-drawer with your belgian lace
Taking them out every year
To watch the colours fade away

Do you still believe in fairy tales
In battlements of shiny castles
Safe from the dragons
That lie beneath the hill

Are you still a Russian princes
Rescued by a gipsy-dancer
To anyone who’ll listen
Is that a story you still tell

You live a life of fantasy
Your diary romantic fiction
Can’t you see it’s hard for me
Can you see what I’m trying to say

It’s a gentleman’s excuse me
So I’ll take one step to the side
Can you get it inside your head
I’m tired of dancing

For every one step forward
We’re taking two steps back
Can you get it inside your head
I’m tired of dancing

I know you still like Oldfashioned waltzes
Your reflection in the mirror that you flirt with
As you glide across the floor
But if I told you the music’s over
Would you want to hear
That your dance card is empty
That there’s no-one really there

Do you still believe in Santa Claus
There’s a milionaire looking for your front door
With the key to a life
That you’d never understand

And all I have to offer
Is the love I have, it’s freely given
You’ll see it’s value
When you see what I’m trying to say

It’s a gentleman’s excuse me
So I’ll take one step to the side
Can you get it inside your head
I’m tired of dancing

For every one step forward
There’s no turning back
Can you get it inside your head
I’m tired of dancing
We’re finished dancing

Lieve Mila, ik had nooit met onze dans moeten stoppen.

Zeepbellen

Het was oktober. Lieke en Ruben waren toentertijd nog heel klein. De eerste frisse avonden, die de inval van de winter aankondigden, deden hun intrede. Ik pakte mijn winterjas uit de kast, trok hem aan en leegde mijn zakken op de keukentafel. Overblijfselen van vorig jaar: Doosje lucifers, een kompas, een stukje touw, een half rolletje drop, een knoop en een 50ct euromuntstuk voor in het boodschappenwagentje bij de supermarkt. Allemaal rommel, maar je weet maar nooit, dus stopte het terug. Ik deed de voordeur achter mij dicht en liep de donkere straat in.
Nadat ik een tijdje door enkele straten had geslenterd, hoorde ik voetstappen. Iemand probeerde mij in te halen. Toen ik iets later opzij keek, zag ik een man. Zijn kraag zat omhoog. Hij droeg een breedgerande hoed, waardoor ik zijn gezicht moeilijk kon zien. De gebeurtenis gaf mij een unheimisch gevoel.
‘Heeft u misschien een vuurtje’, vroeg de man die een sigaret aan mij toonde.
‘Jazeker,’ bevestigde ik en tastte in mijn zakken. ‘U heeft geluk, ik rook niet dus wilde mijn lucifers juist thuislaten, maar deed dat niet. Je weet maar nooit, dacht ik nog.’
De vlam van de lucifer belichtte zijn gezicht.

‘U was een beetje bang hè?’ vroeg hij quasi gekscherend.
‘Ach dat valt wel mee, antwoordde ik. ‘Ik heb gewoon mijn avond niet, daarom ben ik een stukje gaan wandelen. En het voelt onprettig als iemand je vanachteren benadert.‘
‘Vindt u het goed als ik een stukje met u oploop?,’ vroeg de man.
‘Tja, waarom ook niet?’
‘Waar gaat u naar toe?’ vroeg hij nieuwsgierig.
‘Naar het bankje bij de vijver,’ antwoordde ik. ‘Ik heb daar goede herinneringen aan. Vroeger kwam ik daar vaker met een vriendin en dan zaten wij daar samen naar de sterren te kijken.’
‘Dat is mooi,’ zei de man. ‘Als je samen met iemand naar de sterren kijkt, dan heeft dat betekenis. Dan besef je pas hoe nietig je bent. En dat je samen op deze aardbol op dat éne moment die intense nietigheid met elkaar kunt delen. Je kunt je dan heel diep met iemand verbonden voelen. Het is toch vreemd dat je in al die miljarden lichtjaren zomaar naast iemand kunt zitten? Daarna zullen er miljoenen mensen zijn die dat opnieuw doen, maar die ene gebeurtenis zal zich nooit meer voordoen.’

‘Ja,’ antwoordde ik. ‘Kent u die gevoelens ook?’
‘Zeker’, antwoordde de man. ‘Ik ken eveneens de oerangst van de mens, u ook?’
‘Ik weet niet precies wat u met oerangst bedoelt?’ zei ik weifelend.
‘Dat is de angst,’ memoreerde de man behoedzaam, ‘dat je als een zeepbel uit elkaar kunt spatten. Zomaar, “pling” en dan ben je er niet meer.‘
‘Oei, zie ik dat is nogal een angstig idee, dat nog nooit bij mij is opgekomen. Ik moet er ook niet aan denken. Dan kijk je om je heen en dan zie je overal mensen zomaar “plingen”. Of misschien “pling” ikzelf ook plotsklaps uiteen.’
‘Dat is het nu precies, mensen durven daar nauwelijks aan te denken, maar het kan dus wel. Maar goed als u het niet erg vindt, dan zet ik de pas er weer in.’
‘Nee zeker niet, een prettige avond,’ riep ik hem bedremmeld na.
Toen zijn voetstappen zich van mij verwijderde, voelde ik mij niet op mijn gemak. Ik liep snel door, naar het bankje bij de vijver. Dit was het dierbare plekje waar ik vroeger met Mila naar de sterren zat te kijken. Ik voelde me alleen en moe. Heel erg moe. Ik ging zitten en zag hoe er langzamerhand donkere wolken voor de volle maan schoven.